Miry
Concertzaal
Oh Vienna!

Oh Vienna!

Seizoen 16|17 in MIRY Concertzaal

 

Hoe wispelturig is Wenen? Busladingen toeristen associëren de Donaustad bovenal met Sissi, Sachertaart en Strauß, indien niet met Lippizaner, Sängerknaben of – Grüß Gott – de fuchsiakleurige baljurken waarmee André Rieus muzikantes zich pareren. In zowat elke Weense centrumstraat loop je de kans met schlager, schnitzel en Sekt om de oren geslagen te worden. Tegelijk herinneren goths, metalheads en andere aanhangers der zwartgalligheid ons eraan dat Wenen evengoed zijn duistere hoekjes en kantjes heeft: bijvoorbeeld de catacomben van de Kapuziner- en Michaelerkirche, met hun angstaanjagende sarcofagen; de Narrenturm, waar een collectie schedels en monsters herinnert aan pseudowetenschappelijke tijden; of de immer mystieke Stephansdom, waar men naast het bijwonen van hoogmissen met koor en orkest – tot en met Bruckner, how spooky is that? – naar verluidt ook seances kan houden met lang overleden kardinalen.

 

Les extrêmes se touchent à Vienne, en volgens de geschiedenis ontmoeten zij elkaar vaak op één en hetzelfde ogenblik. In de zeventiende en achttiende eeuw etaleerde de koninklijk-keizerlijke Hofkapelle de ene week haar Prachtstil, met schallende trompetten en donderende pauken, om de andere week treurnis en melancholie op te zoeken in harmonisch doorwrochte sepolcri, grafcantates en dodenmissen. Mozarts laatste hartenkreten en stuiptrekkingen waren toepasselijk twee extreem verschillende composities: de optimistische vrijmetselaarscantate “Laut verkünde uns’re Freude” versus het wanhopige Requiem. Eind negentiende eeuw raakte de Weense burgerij verslingerd aan de bonte kleuren en lijnen van Gustav Klimt, Jugendstil en Sezession, net op het moment dat Sigmund Freud de cocaïne afzwoer en in de kelders van de ziel afdaalde. In dezelfde lijn en in één adem durven we de sonatines van Clementi en vingeroefeningetjes van Czerny te plaatsen tegenover Beethovens ondoorgrondelijke Spätwerk. Of nog: de operettes à la Ein Walzertraum tegenover Mahlers Weltschmerzmeetslullaby.

 

In Wenen lijkt alles simultaan te lachen en huilen. Achter elke polka lijkt een memento mori schuil te gaan, achter elke pastelkleurige façade een kluwen van miserie. Hoe tekenend is het dat zowel Vivaldi als Mozart er roemloos werden begraven in ongemarkeerde grond? Dat de depressieve weeklachten van Massenets Werther voor het eerst in de Hofoper (thans Staatsoper), en niet in Parijs, werden aangehoord? Of nog, dat Arnold Schönberg en Adolf Loos er in 1910 met hun Harmonielehre en Looshaus respectievelijk de muzikale tonaliteit en het architecturale historisme ter dood veroordeelden?

 

Nu eens jolig, wuft en aartsconservatief, dan weer radicaal, genadeloos modernistisch: dat is Wenen. MIRY Concertzaal laat je tijdens het aanbrekende seizoen uitgebreid proeven van die contradictorische schoonheid. Wees gerust, onze – alweer dikkere – seizoensbrochure telt voldoende klinkende namen om met vertrouwen naar de Grote Sikkel af te zakken. Kom gerust een feestje bouwen met de Conservatoriumstudenten na hun wienerische themaconcerten: de Liederabend met Schubert, Brahms en Wolf (17 december); het Wiener Salon met kamermuziek van Mozart en anderen (18 december); Pandora met scènes uit het operarepertoire (20 februari); of het Radetzkymars-programma, waarin Johan Duijck en koor de integrale Zigeunerlieder van Brahms confronteren met het muzikale nalatenschap van Oostenrijks historische wederhelft, Hongarije (9 maart).

 

De ‘Eerste Weense School’ ontbreekt uiteraard niet op het appel. Onder leiding van Vincenzo Casale en Johannes Leertouwer serveren onze huisensembles het volledige triumviraat Haydn-Mozart-Beethoven; ook Weber, Schubert en natuurhoornist Jeroen Billiet zijn er op 18 en 19 november bij. In één ruk door doen onze saxofoonkwartetten je vergeten dat Mozarts divertimenti KV 136-138 oorspronkelijk voor strijkers bedoeld waren (20 november). Van Haydns hand zijn de elegante trio’s die Giulia Barbini, Federico Toffano en Francesco Corti u op historische instrumenten voorspelen (22 januari), evenals de zelden gehoorde koorliederen die Florian Heyerick en Ex Tempore uit hun hoed toveren (28 mei). Mozart is vertegenwoordigd middels het weergaloze Strijkkwintet in sol klein, dat Alessandro Moccia en collega-docenten janusgewijs contrasteren met Brahms’ Kwintet in sol groot (nieuwjaarsconcert School of Arts, 20 januari). Des te Mozartiaanser zijn de zelden gehoorde pareltjes voor glasharmonica – een door Benjamin Franklin uitgevonden, etherisch instrument – die Il Gardellino voor u afstoft (2 februari), of de divertimenti die ons eigen strijkorkest confronteert met Schuberts ‘Rosamunde’ Kwartet (opendeurdag, 23 april). Het jonge Arod Quartet trakteert u voorts op strijkkwartetten van Mozart en Mendelssohn (11 december), waarna wij, zoals op elke ‘MIRY Zondag’, de cavakurken laten knallen en u een glaasje aanbieden. Beethovens Zevende Vioolsonate, ten slotte, koppelen wonderboy Kerson Leong en Jean-Claude Vanden Eynden aan werk van ‘nieuwe Wener’ Johannes Brahms (12 maart).

 

Een erg ambitieuze productie, in de reeks ‘Conservatorium op scène’, is ons jaarlijkse operaproject. Van 31 maart tot 2 april gaat een legertje zangstudenten Don Chisciotte in Sierra Morena (Wenen, 1719) te lijf, de weergaloze tragikomedie van Francesco Bartolomeo Conti. Nu René Jacobs de kwaliteiten van deze partituur al meermaals in het buitenland heeft verdedigd, gaan Florian Heyerick en de zangklassen de uitdaging aan om Conti’s magnum opus zijn Belgische première te doen beleven. Voor de historisch geïnformeerde regie tekent Sigrid T’Hooft, de Gentse barokexperte die inmiddels tot in Rusland toe actief is. Noteer ook de unieke, industriële locatie waar we de hallucinerende ridder en zijn trouwe Sancho Panza zullen laten ronddolen: De Centrale!

 

Van donker allooi zijn de programma’s gewijd aan de Weense romantici en modernen.

Begeleid door haar vaste pianist Nicolas Callot brengt docent Hendrickje Van Kerckhove een bloemlezing uit de liederen van Schubert, Schönberg en Zemlinsky (3 maart). Bijzondere vermelding in het programma verdienen de Brettl-Lieder, die de jonge Arnold Schönberg componeerde voor een legendarisch cabaret waar Weense bohemiens elkaar troffen. Nog van Schönberg zijn de Sechs Orchesterlieder die ons kamermuziekensemble voorbereidt (16 december) – een mooie staaltje Weense laatromantiek net vóór de ‘atonale wende’. Schönbergs eerste Kammersymphonie, die zich op de wip richting atonaliteit bevindt, wordt door Tmesis verbonden met orkestwerk in zakformaat van Debussy, Eisler, Neyrinck en Ravel (7 mei). Helemaal over de tonale schreef gaat Schönbergs baanbrekende Pierrot Lunaire, die Filip Rathé met studenten onder handen neemt tegen onze opendeurdag (23 april). En voor wie nooit genoeg Tweede Weense School kan krijgen maar tegelijk benieuwd is naar het werk van de actuele ‘Gentse school’: op 22 en 23 maart loodst Dirk Brossé onze harmonie- en symfonieorkesten doorheen composities van beide broedplekken.

 

Hoe diep de impact is geweest van Schönberg op de twintigste-eeuwse muziek mag blijken uit het programma van onze slagwerkklas, waarin Schönbergs enfant terrible John Cage duelleert met Wolfgang Rihm en Luigi Nono (23 februari). Wist je overigens dat er naast een ‘Eerste’ en ‘Tweede Weense School’ ook een derde en zelfs vierde bestaat? Generatie 3.0 wordt u op 16 februari voorgesteld door het Oostenrijks-Belgische duo FredDo, terwijl G.A.M.E., ons huisensemble Hedendaagse Muziek, een pleidooi voert voor Generatie 4.0, waarvan de verrassend ongecompliceerde werken naar rock en punk neigen (27 april). Dankzij G.A.M.E. kan je daarenboven getuige zijn van ontmoetingen tussen muziek en beweging gechoreografeerd door cellist Hanna Kölbel (10 november) en Anna Teresa De Keersmaekers P.A.R.T.S. (14 december).

 

Ondanks Wenens rijkdom aan muzikaal clair-obscur geloven we dat verandering van spijs doet smaken. Het MIRY-podium wordt met evenveel plezier geboden aan talrijke niet-Weense programma’s. Op 30 september openen we onze deuren voor het magistrale Raschèr Saxophone Quartet, dat werk van Bach, Glazoenov, Xenakis en Rosenblum meebrengt en zijn artistieke geheimen verklapt tijdens gratis toegankelijke masterclasses (30 september en 1 oktober, i.s.m. Gent Festival). Ons eigen saxofoonchoir doet overigens op 22 december de muzikale duit in het zakje met een kleurrijk verrassingsrecital onder leiding van Bjorn Verschoore.

 

Doctorandus in de kunsten Daan Janssens mag op 12 oktober het slotstuk van zijn compositorische onderzoek verdedigen, hierbij bijgestaan door het HERMESensemble, het Centre Henri Pousseur en Aton’ & Armide. Ook pianiste Giusy Caruso bereikt de finale maatstreep van haar doctoraal labeur. Op 8 maart herinterpreteert zij met danseres Ayla Joncheere en zangeres Sandeep Kalathimekkad een greep uit de 72 Études Karnatiques, waarmee Jacques Charpentier de Indische aan de westers-klassieke traditie poogde te verzoenen. Tevens uit oosterse hoek komt Umarete wa mita keredo (‘Ik werd geboren, maar…’), de stille zwartwitfilm van Yasujirō Ozu die de jonge componist Gwenaël Grisi muzikaal heeft ingekleurd (17 oktober, i.s.m. Ars Musica en Film Fest Gent).

 

Het Vlaams Radio Koor nodigen we naar gewoonte drie keer uit naar onze reeks ‘MIRY Vocaal’. Op 21 december dirigeert Nicolas André het VRK in A Little Jazz Mass, met muziek van onder meer Jenkins en Chilcott. Op 1 februari komt publiekslieveling Eric Whitacre werk dirigeren van Bernstein en hemzelf. Op 28 maart worden maestro’s Hervé Niquet en Pieter Wispelwey vergezeld door een koffer vol lamentaties en miserere-toonzettingen van Allegri tot Escaich via Britten en Tavener. De International Opera Academy dingt naar jouw hart met een persoonlijke selectie parels uit het grote operarepertoire (30 oktober). Evenmin te versmaden binnen de ‘MIRY Vocaal’-reeks is Das Leiden Jesu, een passiecyclus van Christoph Graupner die Florian Heyerick eerst in Graupners thuisstad, Darmstadt, voorstelt om hem vervolgens naar MIRY te brengen. “Verschrikking, leed, treurnis en louterende dankbaarheid staan garant voor een emotionele dollemansrit. Gordels vast. Eindstation: Golgotha.”

 

Voor het officiële nieuwjaarsconcert van de Hogeschool Gent blazen trompettist Ole Edvard Antonsen en Belgian Brass hun krachtige adem doorheen een rist typische en atypische werken voor koperblazers: Susato, Rameau en Bizet zijn van de partij, maar evengoed Bach en Granados, filmcomponisten John Williams en James Horner, alsook de eeuwig enigmatische Sovjet, Dmitri Sjostakovitsj (11 januari). Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, die andere Russische grootheid, krijgt op 19 april een historisch geïnformeerde voorkeursbehandeling door Martin Reimann, Sergei Istomin en Claire Chevallier. Bereid je voor op tragiek in Tsjaikovski’s monumentale Pianotrio opgedragen aan vriend en mentor, Nikolai Rubinstein. Mogen we je tevens warm maken voor twee broeders uit het noorden, Edvard Grieg en Arvo Pärt? In het kader van hun masterclasses komen ‘MIRY Meesters’ Vineta Sareika en Amandine Savary Griegs vioolsonates en Pärts Fratres vertolken (4 mei).

 

Kortom, MIRY 16|17 wordt een seizoen om in te blikken. Mag ik als nieuw artistiek coördinator van MIRY Concertzaal nog één ‘specialleke’ met stip aanduiden? Muziek met bovenleiding (2 maart) belooft een fascinerende ontmoeting te worden tussen akoestische en elektronische instrumenten. Creatie-ensemble BLATTwerk speelt dan creaties van zowel coryfeeën Jeroen D’Hoe, Petra Vermote en Dirk Brossé, als van aanstormend compositietalent als Gillis Sacré en Mirek Coutigny. Vermits ik ooit zelf mocht koken met een combinatie van klassieke instrumenten en elektronica ben ik razend benieuwd naar de klinkende resultaten van dit experiment. Wordt dit concert zo wispelturig als Wenen? Wie weet!

 

Dr. Bruno Forment
Coördinator Klassieke Muziek
Artistiek coördinator MIRY Concertzaal